Betere contractuele bescherming voor de consument sedert 01/06/2022 – consumentenkoop en gebruik van digitale diensten

Geschreven door

Expertise

Publicatie

11 August 2022

De Europese richtlijn voor consumentenverkoop biedt sedert 1 juli een ruimere bescherming aan consumenten. De regeling die hiervoor van toepassing was, maakte het moeilijk of zelfs bijna onmogelijk om aan te tonen wanneer een bepaald probleem zich exact heeft voorgedaan. De nieuwe richtlijn maakt de bewijslast voor de consument veel eenvoudiger.

Standaardregeling voor consumentenkoop

De Europese richtlijn 2019/771 (Richtlijn consumentenkoop) – omgezet in het Belgisch recht middels artikel 1649 bis e.v. (oud) B.W. biedt sedert 01/06/2022 een ruimere bescherming aan consumenten die een consumptiegoed van een professionele verkoper hebben aangekocht.

Wat wijzigt er? 

Voor overeenkomsten die voor 01/06/2022 werden afgesloten was de regeling als volgt. Professionele verkopers van nieuwe consumptiegoederen waren verplicht om aan de consument een garantieperiode van minimum twee jaar aan te bieden. Dit wil zeggen dat een verkoper kon worden aangesproken in herstel, vervanging of teruggave van het goed tot minimum twee jaar na de levering van het goed. 

Om de verkoper aansprakelijk te kunnen stellen, diende de consument-koper aan te tonen dat het goed in kwestie niet in overeenstemming was met hetgeen contractueel overeengekomen was en dat de oorzaak van dit probleem reeds (in de kiem) aanwezig was voor de levering van het goed. Deze bewijslast is in de praktijk vaak niet eenvoudig. Derhalve had de wetgever een omgekeerde bewijslast voorzien voor zover de  klacht met betrekking tot het probleem zich voordeed binnen de 6 maanden na de levering van het consumptiegoed. In voormeld geval werd er een wettelijk vermoeden gecreëerd dat de niet-overeenstemming reeds aanwezig was op het moment van de levering. Dit vermoeden was weerlegbaar. De verkoper had het recht om aan te tonen dat het probleem nog niet aanwezig was op het ogenblik van de levering van het goed. 

Indien er slechts melding werd gemaakt van het probleem na de kwestieuze periode van zes maanden, werd de bewijslast omgedraaid. Het was derhalve aan de consument om aan te tonen dat het probleem reeds op het ogenblik van koop aanwezig was.

Aangezien het in vele gevallen moeilijk of zelfs onmogelijk is om aan te tonen wanneer een bepaald probleem zich exact heeft voorgedaan, was het voor de consument vaak onmogelijk om de aansprakelijkheid van de professionele verkoper met succes te kunnen inroepen. 

Voor overeenkomsten die op datum van 01/06/2022 of later worden afgesloten wordt thans een vereenvoudiging van de bewijslast voor consumenten voorzien. Van zodra een probleem zich voordoet binnen de wettelijke garantietermijn – die nog steeds op minimum twee jaar bepaald is – is het aan de verkoper om aan te tonen dat de “niet overeenstemming” slechts tot stand is gekomen na de levering, bv. door het slecht onderhoud of slecht gebruik van het goed door de consument. De consument wordt bijgevolg in een voordeligere positie gesteld. 

Voor tweedehands goederen kan de wettelijke minimumtermijn (nog steeds) verminderd worden tot een minimum periode van één jaar, doch dit dient op het moment van het sluiten van de overeenkomst duidelijk bepaald te worden.

En wat met “geconnecteerde” goederen?

Tegenwoordig zijn meer en meer consumptiegoederen “geconnecteerd”. Dit betekent dat de leverancier niet alleen het goed zelf aan de consument verkoopt, maar aanvullend eveneens digitale diensten/inhoud aanbiedt, specifiek geconnecteerd aan het desbetreffend consumptiegoed (bv. smartwatches, smartphones, etc.).

De wettelijke garantie met betrekking tot het consumptiegoed/de hardware an sich, volgt de regeling die in bovenvermeld randnummer werd beschreven. Maar ook de geconnecteerde digitale diensten dienen uiteraard naar behoren te werken. De wetgever voorziet bijgevolg met betrekking tot deze digitale dienstverlening of digitale inhoud dat deze gegarandeerd dient te worden tot zolang dat de dienstverlening aan de consument wordt aangeboden overeenkomstig de overeenkomst die hen verbindt, of minstens binnen de normale redelijke verwachtingen voor dergelijk goed, met een minimum van twee jaar. 

Dit betekent onder meer dat de leverancier er voor dient te zorgen dat er voldoende updates worden voorzien zodat het gebruik van het toestel tijdens de duurtijd van de overeenkomst of binnen de redelijke verwachtingen kan worden gewaarborgd. 

En wat met “zuiver” digitale inhoud en diensten?

Indien u als consument tegen betaling of als wederprestatie voor het de facto overmaken van persoonsgegevens zuiver digitale diensten of inhoud aangeboden krijgt, dan dient deze digitale dienstverlening ook aan een aantal garanties te voldoen. Deze consumentenbescherming wordt geregeld door de Europese richtlijn 2019/770 (Richtlijn digitale inhoud) en is o.a. van toepassing op alles wat met computer programma’s, games, e-books, filmpjes en audio te maken heeft.

De garantieregeling volgt min of meer de regeling die hierboven werd beschreven. De digitale dienstverlening dient conform te zijn, en dit voor een minimumperiode van twee jaar indien de levering éénmalig is. 

Indien de diensten “continue” worden geleverd, is de dienstverlener aansprakelijk gedurende gans de periode van de dienstverlening. Er worden zowel objectieve als subjectieve criteria voorzien waaraan de dienstverlening dient te voldoen om “conform” te zijn.

***

Deze vernieuwingen vormen ingrijpende wijzigingen binnen het consumentenrecht. Zowel voor consumenten als professionelen is het in het handelsverkeer van belang om voldoende kennis te hebben met betrekking tot elkaars wederzijdse rechten en plichten.

Reyns Advocaten heeft een ruime expertise in het  consumentenrecht. Voor een gespecialiseerde bijstand of advies hieromtrent  kan u vertrouwen op Reyns Advocaten.