Bestuurdersaansprakelijkheid bij een faillissement: wat u moet weten

Written by

Expertise

Publication

23 May 2024

Het aantal faillissementen is sinds vorig jaar aanzienlijk gestegen.

Uit de gegevens op Statbel blijkt  dat er in de eerste 18 weken van 2024 in totaal  3.918 faillissementen zijn uitgesproken. Dat zijn 11,9% meer faillissementen dan in dezelfde periode van 2023 en 24,8% meer dan in dezelfde periode van 2022 

We gaan hier niet in op de oorzaak van de toename van faillissementen – vooral bij jonge bedrijven van minder dan 5 jaar oud – maar wel op de aansprakelijkheden waar bestuurders tegenaan kunnen lopen. Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement is een cruciaal aspect dat elke bestuurder van een onderneming goed moet begrijpen, omdat de gevolgen verstrekkend kunnen zijn. Wanneer een onderneming failliet gaat, kunnen bestuurders onder bepaalde omstandigheden persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schulden of voor het verergeren van de financiële situatie van de onderneming.

De taak van de curator

Wanneer de ondernemingsrechtbank een faillissement uitspreekt, stelt zij tegelijkertijd een curator aan. De curator is de beheerder van de failliete boedel. De curator fungeert als eerste aanspreekpunt voor zowel de gefailleerde als de schuldeisers. Daarnaast onderzoekt de curator of de bestuurder van de onderneming geen fouten heeft begaan bij het uitvoeren van zijn bestuurstaken. 

In het geval van een faillissement worden de beslissingen en acties van bestuurders onder een vergrootglas gelegd. De wetgever heeft, gelet op de taak van de curator, een groot arsenaal voorzien aan bestuurdersaansprakelijkheden. 

Gronden voor bestuurdersaansprakelijkheid

In België gelden tal van regels en voorschriften met betrekking tot de aansprakelijkheid van bestuurders, die zijn vastgelegd in onder andere het Wetboek Economisch Recht (WER) en het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV).

Zo voorziet het WVV in specifieke aansprakelijkheidsgronden voor wanneer u als bestuurder een inbreuk op de vennootschapswet of statuten pleegt. De meeste bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen of van de statuten houden resultaatsverbintenissen in zodat elke inbreuk erop automatisch een fout uitmaakt. Voorbeelden hiervan zijn o.a. het laattijdig neerleggen van de jaarrekening, het niet naleven van de alarmbelprocedure, het voorzetten van een verlieslatende onderneming, het niet voeren van een boekhouding, etc. 

Het WER biedt ook enkele specifieke aansprakelijkheidsgronden. Zo voorziet artikel XX.224 WER dat bestuurders aansprakelijk worden gesteld als er sprake is van een kennelijk grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement, waarbij het begrip “kennelijk grove fout” centraal staat. Deze aansprakelijkheidsgrond speelt wanneer de bestuurders hun taken en verantwoordelijkheden niet naar behoren hebben uitgevoerd en dat dit een aanzienlijke bijdrage heeft geleverd aan het faillissement. 

Ook kunnen bestuurders aansprakelijk worden gesteld op grond van het verderzetten van een reddeloos verloren activiteit (het zogenaamde wrongful trading) (art. XX.227 WER). In zijn blog “Wrongful trading: een nachtmerrie voor bestuurders van ondernemingen in moeilijkheden” legt mr. Ivan Reyns uit wat hieronder valt. 

Dit overzicht geeft slechts een beknopte samenvatting van de verschillende gronden voor aansprakelijkheid en vormt geen volledig beeld van alle ‘wapens’ uit het arsenaal van een curator om bestuurders aansprakelijk te stellen.

Tijdstip van de beoordeling van de bestuurdersaansprakelijkheid

De beoordeling van de bestuurdersaansprakelijkheid vindt plaats op het moment van het faillissement. Het is van belang te benadrukken dat bestuurders niet automatisch aansprakelijk zijn bij een faillissement. Er moet daadwerkelijk sprake zijn van onbehoorlijk bestuur op basis van een van de eerder genoemde gronden.

Preventieve maatregelen en corporate governance

Om ‘het risico van persoonlijke aansprakelijkheid te beperken, is het essentieel voor bestuurders om zorgvuldige en goed gedocumenteerde besluitvormingsprocessen te volgen. Dit betekent het regelmatig beoordelen van de financiële status van de onderneming, het nemen van passende maatregelen om risico’s te beheren, en het tijdig inwinnen van juridisch of financieel advies wanneer de onderneming in moeilijkheden verkeert.

Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement onderstreept de noodzaak van zorgvuldig en voorzichtig management. Het belang van adequate verslaglegging en naleving van alle wettelijke en bestuurlijke verplichtingen kan niet genoeg worden benadrukt, aangezien dit de beste verdediging biedt tegen mogelijke aansprakelijkheidsclaims. Het is ook mogelijk om de aansprakelijkheid te beperken. U leest hierover meer in de recente blog van mr. Nicolas Verhelle rond het nut van een verzekering bestuurdersaansprakelijkheid.

***

Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement is een ernstige zaak in België. Het is essentieel dat bestuurders goed op de hoogte zijn van hun verantwoordelijkheden en proactief handelen om eventuele aansprakelijkheid te voorkomen, zodat hun privévermogen niet in het gedrang komt.  

Heeft u als bestuurder vragen over hoe u zich het best kunt wapenen tegen dit risico? Neem dan gerust contact op met onze experten van de cel insolventie. Wij staan klaar om u te adviseren en te begeleiden.