De uitvoering van kortdurende gevangenisstraffen in de praktijk : een administratief kluwen?

Geschreven door

Expertise

Publicatie

3 maart 2023

Op 1 september 2022 is de nieuwe Wet Externe Rechtspositie (WERP) – na herhaald uitstel – in werking getreden. Wie vroeger een gevangenisstraf van minder dan of gelijk aan 3 jaar kreeg, viel onder de bevoegdheid van de gevangenisdirecteur. De kortveroordeelde kon zijn/haar straf dan systematisch uitzitten met een enkelband (art. 23, §1, 2°  van de wet van 17 mei 2006). Bovendien bleven straffen onder de zes maanden meestal zelfs volledig onbestraft.

Zoals aangehaald door mr. Tom Cielen in onze nieuwsbrief van 10 februari 2023, is het vanaf heden de strafuitvoeringsrechter (SUR) en niet langer de gevangenisdirecteur die beslist over de korte gevangenisstraffen tussen de twee en drie jaar, waardoor deze niet meer systematisch worden uitgezeten onder elektronisch toezicht. 

Dit brengt met zich mee dat veroordeelden nu ook voor de kortdurende gevangenisstraffen tussen de twee en drie jaar meer administratie in orde moeten brengen om strafuitvoeringsmodaliteiten te kunnen verkrijgen. Deze nieuwsbrief poogt dan ook een leidraad te vormen voor al deze administratieve vereisten. 

Hoe zal dit in de praktijk verlopen?

Wanneer iemand onder het nieuwe regime tot een gevangenisstraf van twee tot drie jaar wordt veroordeeld, krijg hij/zij na deze beslissing een brief van het Openbaar Ministerie die beveelt om zich binnen de vijf werkdagen bij de griffie van de gevangenis te melden. De veroordeelde moet dus sowieso eerst langs de gevangenis passeren. 

Hierna is er een mogelijkheid om op bepaalde tijdstippen en onder bepaalde voorwaarden verschillende strafuitvoeringsmodaliteiten aan te vragen, zoals voorwaardelijke invrijheidsstelling, elektronisch toezicht en beperkte detentie.

  • De voorwaardelijke invrijheidstelling is een wijze van uitvoering van de vrijheidsstraf waar de veroordeelde de opgelegde straf volledig ondergaat buiten de gevangenis, mits naleving van voorwaarden die gedurende een bepaalde proeftijd worden opgelegd. 
  • Elektronisch toezicht houdt in dat de veroordeelde geheel of gedeeltelijk diens vrijheidsstraf buiten de gevangenis ondergaat, waarbij hij/zij verplicht op een bepaald adres moet verblijven en een bepaald uurrooster moet naleven. 
  • Beperkte detentie betekent dat de gedetineerde zijn straf uitzit in de gevangenis, doch de gevangenis dagelijks voor een bepaalde tijd mag verlaten, met een maximum tijdspanne van 16 uren. Dit kan worden toegekend om professionele, opleidings- of familiale belangen te behartigen. 

Tijds- en toekenningsvoorwaarden

Voordat een voorwaardelijke invrijheidsstelling aangevraagd kan worden, moet in principe een derde van de straf zijn uitgezeten. Bij herhaling kan dit oplopen tot minimum de helft. 

Zes maanden voor deze datum komt de gedetineerde echter al in aanmerking voor elektronisch toezicht of beperkte detentie. Indien de gedetineerde in voorhechtenis heeft gezeten of meteen in aanmerking komt voor een straf onder elektronisch toezicht, kan het dus zijn dat hij/zij ook onder de nieuwe wetgeving meteen naar huis mag gaan in afwachting van een enkelband.

Naast deze tijdsvoorwaarden moeten ook nog andere toekenningsvoorwaarden worden voldaan. De SUR gaat namelijk na of er tegenaanwijzingen zijn voor de toekenning van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit, dewelke betrekking hebben op de volgende elementen: 

  • Het feit dat de gedetineerde niet in diens eigen behoeften kan voorzien;
  • Het vormen van een ernstig risico voor de fysieke integriteit van derden; 
  • De houding van de gedetineerde ten aanzien van de slachtoffers; 
  • De geleverde inspanningen om de burgerlijke partij(en) te vergoeden.  

Administratieve vereisten

Wanneer bovenvermelde tijds- en toekenningsvoorwaarden voor het aanvragen van een bepaalde strafuitvoeringsmodaliteit voldaan zijn, kan de procedure op twee manieren worden voortgezet:

Ofwel kan deze na aanmelding bij de gevangenis thuis worden voortgezet in afwachting van een beslissing, ofwel wanneer dit niet mogelijk is, moet de gedetineerde vanuit de gevangenis de procedure opstarten en daar ook de beslissing afwachten. 

Aanvraagprocedure waarbij de gevangenis onmiddellijk mag worden verlaten 

Wanneer de veroordeelde bij aanmelding reeds aan de tijdsvoorwaarden voldoet, kan hij/zij onmiddellijk een aanvraag doen en in afwachting de gevangenis verlaten. 

De procedure voor het aanvragen van elektronisch toezicht en/of beperkte detentie buiten de gevangenis verloopt in de volgende stappen: 

Aanvraag indienen op de griffie van de gevangenis

Zodra de aanvraag is ingediend, wordt de verdere uitvoering van de gevangenisstraf automatisch geschorst en mag de veroordeelde de gevangenis verlaten. De aanvraag kan vanaf nu ook online ingediend worden via het nieuwe just-on-web portaal. 

Op het moment van de aanvraag krijg de veroordeelde de volgende documenten mee: 

  • De kopij van de aanvraag;
  • Het inlichtingsformulier (zie stap 2);
  • Het attest “onmiddellijke opschorting van de tenuitvoerlegging van de straf”;
  • Een document met extra informatie over de verdere procedure.
  • Inlichtingsformulier indienen op de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank (SURB)

Binnen de 15 werkdagen na het verlaten van de gevangenis moet het inlichtingsformulier worden ingediend op de griffie van de SURB. Dit kan ook weer zowel fysiek als online via just-on-web. 

Indien de veroordeelde elektronisch toezicht wil aanvragen, moet in elk geval de volgende informatie worden meegedeeld:  

  • Wat de veroordeelde van plan is te doen tijdens het elektronisch toezicht; 
  • Waar de veroordeelde zal verblijven, alsook wie er samen met hem/haar op dit adres zal wonen. Daarnaast wordt er een verklaring van akkoord gevraagd aan alle meerderjarige huisgenoten.  

Indien de veroordeelde een beperkte detentie wil aanvragen, moet in elk geval de volgende informatie worden meegedeeld:

  • Wat de veroordeelde gaat doen op het moment dat hij/zij de gevangenis mag verlaten;
  • Waarom de aanwezigheid buiten de gevangenis vereist is voor deze activiteit; 
  • Waar de veroordeelde het penitentiair verlof zal doorbrengen.
  • Beoordeling door de rechter

Uiteindelijk neemt de SUR op basis van het ingediende dossier een beslissing.

Wanneer de rechter dat nodig acht, kan de veroordeelde nog gehoord worden op een zitting vooraleer de beslissing genomen wordt. 

Aanvraagprocedure gedurende detentie in de gevangenis 

Indien de veroordeelde niet in aanmerking komt om de aanvraag van buiten de gevangenis te doorlopen, moet de procedure altijd volledig in de gevangenis worden afgewacht. 

Dit is ten eerste automatisch het geval wanneer de tijds- en toekenningsvoorwaarden niet werden voldaan, maar ook wanneer het strafregister een veroordeling vermeldt wegens seksuele of terroristische misdrijven of er tekenen zijn van gewelddadig extremisme moet de veroordeelde in afwachting van de beslissing in de gevangenis blijven. Daarenboven is het mogelijk dat de veroordeelde de gevangenis nog niet mag verlaten omwille van het gevaar voor de fysieke of psychische integriteit van anderen, het gevaar voor onttrekking van de straf of het openstaan van een andere straf.

De aanvraagprocedure vanuit de gevangenis verloopt als volgt: 

  • Ten eerste informeert de gevangenisdirecteur de gedetineerde van zodra hij/zij een aanvraag voor de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit kan indienen. 
  • Hierna kan een schriftelijke aanvraag ingediend worden op de griffie van de gevangenis. Dit wordt samen met de gevangenisdirecteur besproken, waarna hij een advies opstelt tot toekenning of weigering van de modaliteit. Indien het Openbaar Ministerie dit nodig acht, kan het ook een advies uitbrengen. 
  • Ten slotte behandelt de SUR de aanvraag in een (meestal) schriftelijke procedure en neemt deze een beslissing. 

***

Bij verdere vragen over de strafuitvoering kunt u steeds contact opnemen met onze specialisten in het strafrecht. Reyns Advocaten staat u graag bij met raad en daad.