Het eigendomsvoorbehoud bij faillissement: vaak zeer doeltreffend, maar niet altijd waterdicht

Geschreven door

Expertise

Publicatie

3 mei 2024

Situatie van samenloop: de ene schuldeiser is de andere niet

Wanneer uw debiteur failliet gaat, ontstaat er een situatie van samenloop. Concreet houdt dit in dat de meeste schuldeisers – uitgezonderd bijzondere categorieën van schuldeisers zoals de pandhoudende schuldeiser of de hypotheeksteller – hun individuele uitvoeringsrecht op het vermogen van de gefailleerde niet meer kunnen uitoefenen. 

Die taak wordt door de curator overgenomen die de opdracht krijgt om het vermogen van de gefailleerde op de best mogelijke manier te realiseren, om een zo groot mogelijk dividend voor de schuldeisers te bekomen. 

Vaak op het einde van het faillissement (tussentijds kan soms ook) zal de curator bepalen welk bedrag aan welke schuldeiser toekomt. De curator stelt een rangregeling vast. Vanzelfsprekend wordt deze verdeling niet lukraak gemaakt. De curator maakt zijn rangreling op basis van de aangiftes van schuldvordering die hij ontvangen heeft en de verschillende wettelijke voorrechten die hierin vermeld staan. De wetgever hanteert namelijk een systeem van voorrechten, op basis waarvan preferentiële posities voor welbepaalde types van schuldeisers/schuldvorderingen worden bepaald.

Aangezien “gewone” schuldeisers vaak niets uit een faillissement ontvangen, is het als schuldeiser een goed idee om bij levering van bepaalde goederen (dat kan niet alleen in een koopovereenkomst, maar evengoed in een aannemingsovereenkomst gebeuren) een eigendomsvoorbehoud overeen te komen. Wanneer het eigendomsvoorbehoud geldig is overeengekomen, valt het geleverde goed tot u van de debiteur betaling heeft ontvangen, niet binnen het vermogen van gefailleerde. Gaat de debiteur met andere woorden failliet voordat u betaald bent, dan kan u uw goed terugvorderen. De curator kan dit goed in principe niet in het voordeel van de boedel verkopen, aangezien het niet tot het vermogen van de gefailleerde behoort.

Voorwaarden om een geldig eigendomsvoorbehoud af te sluiten

Er zijn echter een aantal voorwaarden waaraan moet worden voldaan alvorens er van een geldig eigendomsvoorbehoud sprake kan zijn, onder meer:

  • Het eigendomsvoorbehoud moet schriftelijk worden overeengekomen;
  • Het eigendomsvoorbehoud moet uiterlijk op het tijdstip van de levering worden bedongen;
  • Indien het roerend goed is geïncorporeerd in een onroerend goed, moet het eigendomsvoorbehoud in het Pandregister geregistreerd worden;
  • De goederen die onder het eigendomsvoorbehoud vallen, moeten duidelijk bepaald en identificeerbaar zijn.

In het handelsverkeer is het echter niet altijd eenvoudig, laat staan pragmatisch om aan deze laatste voorwaarde te voldoen. Vooral bij grote bestellingen waarin vele afzonderlijke goederen worden verkocht, veelal soortgoederen (niet individualiseerbaar) en waarbij al een lange handelsrelatie bestaat tussen partijen, kan dit een uitdaging zijn. Sommige facturen zijn al betaald, terwijl andere nog openstaan. In de praktijk kan het daarom erg lastig zijn om aan te tonen welke van de goederen die de curator aantreft bij een faillissement daadwerkelijk behoren tot de specifieke factuur met eigendomsvoorbehoud die nog niet is betaald.

Een voorbeeld uit de praktijk is een drankenleverancier die flessen frisdrank levert. Uiteraard wordt niet elk verkocht flesje op de factuur afzonderlijk vermeld. De flesjes hebben normaal gezien ook geen unieke code die op die onbetaalde factuur kan worden vermeld.

Ook schuldeisers met een eigendomsvoorbehoud kunnen nog steeds concurrentieel zijn

Ook al is het eigendomsrecht binnen ons rechtssysteem één van de meest absolute rechten, toch zijn er situaties waarin de schuldeiser met een eigendomsvoorbehoud, ten opzichte van welbepaalde andere schuldeisers, aan het kortste eind kan trekken.

Een voorbeeld van dergelijke situatie doet zich voor wanneer de houder van het eigendomsvoorbehoud zich in een concurrentiële situatie bevindt met de verhuurder van het pand, eveneens schuldeiser in het faillissement, waarin de goederen van de schuldeiser opgeslagen zijn op het moment van faillissement. Deze situatie is niet algemeen bekend in het ondernemingsleven.

De onbetaalde verhuurder heeft een bijzonder voorrecht op de roerende goederen die het gehuurde goed stofferen. Dit betekent dat de verhuurder als eerste recht heeft op de opbrengst van de verkoop van deze stofferende goederen.

In het licht van dit voorrecht bestaat er bovendien een vermoeden in hoofde van de verhuurder dat alle stofferende goederen, op het moment dat zij diens pand worden binnengebracht, eigendom zijn van de gefailleerde, tenzij de verhuurder wist of behoorde te weten dat deze goederen geen eigendom waren van gefailleerde, bv door een vermelding op de goederen zelf.

Bovenstaande betekent dat het voorrecht van de verhuurder in bepaalde gevallen, ook kan gelden op goederen die geen eigendom zijn van de gefailleerde, bv goederen van een derde-schuldeiser met recht van eigendom (bv op basis van een eigendomsvoorbehoud) vanwege voormeld vermoeden dat in vele gevallen slechts een fictie is.

Deze principes hebben niet alleen gevolgen voor schuldeisers met eigendomsvoorbehoud maar kunnen ook relevant zijn voor verhuurmaatschappijen die het bezit van hun goederen ook vrijwillig ter beschikking stellen aan de gebruiker/huurder van de goederen, in dit geval de gefailleerde. 

Voor wat het waard is kan het aan de schuldeisers worden aanbevolen om in hun contracten met  debiteuren op te nemen  dat de debiteur  verplicht is  om de verhuurder tijdig te informeren  wanneer de goederen het gehuurde pand zullen stofferen, en dus voordat er sprake is van een onbetaalde schuld uit hoofde van de verhuurder, om duidelijk te maken dat de debiteur geen eigenaar is van de goederen. Hoewel dergelijke bepaling in veel leasingsovereenkomsten standaard is opgenomen, moet in de praktijk vastgesteld worden dat dit niet altijd het geval is.

***

Het faillissementsrecht is een complex speelveld van regels die afwijken van diegene die u gewoon bent bij het contracteren met debiteuren die (nog) niet in financiële moeilijkheden verkeren.

Het risico dat u vroeg of laat geconfronteerd wordt met een debiteur die het faillissement moet aanvragen, is echter een realiteit in het handelsverkeer.  Het is belangrijk om vooraf te weten op welke wijze u uw positie kan versterken in het geval van samenloop. Ook op het moment dat u uw rechten aan de curator kenbaar moet maken, is het belangrijk om op de hoogte te zijn van uw rechten.

Reyns Advocaten heeft een ruime insolventiepraktijk en staat u met veel plezier in deze materie bij. Neem vrijblijvend contact met mr. Alexandre Bastenier op, expert in deze materie.