
Een verkeersongeval kan iedereen overkomen. In de praktijk merken wij echter dat bestuurders zich vaak afvragen hoe zij precies moeten handelen wanneer zij betrokken zijn bij een verkeersongeval. Niet altijd is duidelijk wanneer het verlaten van de plaats van het ongeval beschouwd wordt als vluchtmisdrijf en welke, mogelijks zware, juridische gevolgen daaraan verbonden kunnen zijn.
In deze blogpost leggen wij uit wanneer er volgens de wet sprake is van vluchtmisdrijf, welke sancties hierop staan en wat u best doet wanneer u betrokken bent bij een verkeersongeval of wordt gedagvaard voor een vermeend vluchtmisdrijf.
Het misdrijf vluchtmisdrijf is strafbaar gesteld in artikel 33 van de Wegverkeerswet. Volgens dit artikel pleegt vluchtmisdrijf:
“Elke bestuurder die, wetende dat hij een verkeersongeval heeft veroorzaakt of daaraan heeft meegewerkt, de plaats van het ongeval verlaat met de bedoeling om zich aan de nuttige vaststellingen te onttrekken.”
Om van vluchtmisdrijf te kunnen spreken moeten drie voorwaarden vervuld zijn:
Het verkeersongeval kan zowel betrekking hebben op materiële schade als op lichamelijke letsels. Ook wanneer een bestuurder tegen een paaltje of een ander geparkeerd voertuig rijdt en vervolgens doorrijdt, kan er sprake zijn van een vluchtmisdrijf. Het feit dat er geen andere personen bij het ongeval betrokken zijn, sluit vluchtmisdrijf dus niet uit.
De kennis van het ongeval is een belangrijk element. De bestuurder moet zich bewust zijn van het feit dat hij betrokken is geweest bij een aanrijding. Wie redelijkerwijze niet heeft gemerkt dat er een ongeval heeft plaatsgevonden, kan zich niet schuldig maken aan vluchtmisdrijf.
Niet elke bestuurder die de plaats van een ongeval verlaat, pleegt automatisch vluchtmisdrijf. Er moet ook een specifieke intentie aanwezig zijn om zich te onttrekken aan de noodzakelijke vaststellingen.
De bestuurder moet de plaats van het ongeval verlaten met de bedoeling om controle of identificatie te vermijden. Het louter verlaten van de plaats van het ongeval volstaat op zich dus niet.
Rechtbanken mogen er evenwel vanuit gaan dat een bestuurder de wetgeving kent én leiden deze intentie meestal af uit de feitelijke omstandigheden van het dossier, zoals het onmiddellijk wegrijden zonder enige gegevens achter te laten.
Kortom, wanneer u betrokken bent bij een verkeersongeval, op een openbare plaats, en u de plaats van het ongeval verlaat met de intentie om u te onttrekken aan de nuttige vaststellingen van de politiediensten, maakt u zich schuldig aan vluchtmisdrijf. Daarbij speelt het geen rol of het ongeval al dan niet door uw schuld werd veroorzaakt.
De wetgever beschouwt vluchtmisdrijf als een ernstige verkeersinbreuk. Bij vluchtmisdrijf zal u altijd gedagvaard worden om u voor de politierechtbank te verantwoorden.
De straf hangt in belangrijke mate af van het feit of het een ongeval met of zonder gekwetsten betreft.
Wanneer het ongeval enkel materiële schade heeft veroorzaakt, riskeert de bestuurder onder meer:
Wanneer het ongeval wel lichamelijke letsels heeft veroorzaakt, worden de straffen aanzienlijk zwaarder:
Indien het ongeval een dodelijke afloop kent of wanneer er sprake is van wettelijke herhaling, d.w.z. dat de pleger binnen de drie jaar na een andere zware veroordeling vluchtmisdrijf heeft gepleegd, kunnen nog zwaardere straffen worden opgelegd.
Daarnaast kan de rechter ook bepaalde herstelmaatregelen opleggen, zoals:
Naast vluchtmisdrijf voorziet de Wegverkeerswet ook in de verplichting om na een verkeersongeval ter plaatse te blijven en de nodige gegevens uit te wisselen. Deze verplichting is opgenomen in artikel 52 van de Wegverkeerswet.
Wanneer een bestuurder de plaats van het ongeval verlaat zonder zijn identiteit bekend te maken, maar zonder de intentie om aan vaststellingen te ontsnappen, kan dit gekwalificeerd worden als een overtreding van deze bepaling.
Het verschil ligt dus in het daadwerkelijk opzet van de bestuurder. Bij vluchtmisdrijf bestaat de intentie om aan de noodzakelijke vaststellingen te ontsnappen. Bij niet ter plaatse blijven ontbreekt deze intentie.
De sancties zijn daarom aanzienlijk lager. Het is een overtreding van de eerste graad, waardoor u voor dit misdrijf geen rijverbod riskeert. U kan wel nog gestraft kunnen worden met een geldboete van 10 tot 250 euro (te vermeerderen met opdeciemen).
In de praktijk wordt dan ook vaak gevraagd om de feiten te herkwalificeren van vluchtmisdrijf naar het misdrijf van niet ter plaatste blijven. Daarbij wordt aangevoerd dat de bestuurder niet de intentie had om zich te onttrekken aan de noodzakelijke vaststellingen. Net die intentie vormt vaak het voorwerp van discussie voor de rechtbank.
Of er juridisch sprake is van vluchtmisdrijf wordt steeds beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van het dossier.
Elementen die vaak een rol spelen zijn onder meer:
Heeft u een dagvaarding ontvangen wegens vluchtmisdrijf of wordt u verhoord in het kader van een verkeersongeval? Dan is het belangrijk om uw dossier tijdig juridisch te laten analyseren. Een veroordeling voor vluchtmisdrijf kan immers verregaande gevolgen hebben voor uw rijbewijs en professionele activiteiten.
Wacht niet tot de zitting nadert. Neem tijdig contact op met ons team strafrecht en aansprakelijkheden voor een grondige analyse van uw dossier en een doordachte verdedigingsstrategie. Wij begeleiden u van het eerste verhoor tot de behandeling van uw zaak voor de politierechtbank.
Sarah MONDELAERS